|
“Als het beleid eenmaal is vastgesteld, dan is het alleen nog maar een kwestie van uitvoeren.” Deze uitspraak wordt in verschillende varianten door vele medewerkers van in verschillende organisaties gebruikt. Het woord ‘alleen’ suggereert al dat het maken van beleid meer aandacht krijgt dan de implementatie daarvan. Ook het wetenschappelijk onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van beleid. Over de implementatie van beleid en strategie is echter maar weinig bekend (Noble 1999) Torenvlied 1996:2). Of implementatie werkelijk zo gemakkelijk kan worden afgedaan is de vraag. De weifelende formulering van Ekkers (2002:115) doet vermoeden van niet. Hij schrijft: “Als beleid is vastgesteld, dient het te worden uitgevoerd, althans dat is meestal de bedoeling. Anders was het niet vastgesteld.” Als we implementeren van strategisch voorraadbeleid – in lijn met Maarse (1998:102) – definiëren als alle activiteit die worden uitgevoerd om concrete maatregelen uit het beleid in fysieke zin te realiseren verdwijnt het woordje ‘alleen’ uit de eerste zin van dit hoofdstuk inderdaad als sneeuw voor de zon. Tussen het opschrijven van het label ‘sloop/nieuwbouw’ in het strategisch voorraadbeleid en de oplevering van de nieuwe woningen zitten vele uren hard werken door medewerkers binnen en buiten de corporatie. Dat is geen gemakkelijk proces.
Bij corporaties speelt het probleem van verankeren en implementeren van beleid bovendien extra sterk. Sinds 1995 zijn de corporaties niet meer financieel afhankelijk van de overheid. De corporaties zijn zelfstandige bedrijven met een maatschappelijke taak geworden. Een belangrijk gevolg van deze verzelfstandiging is dat woningcorporaties vaker naar eigen inzicht kunnen (en moeten) beslissen over hun woningvoorraad. Sinds 1995 hebben dan ook steeds meer corporaties een strategisch voorraadbeleid, waarin ze aangeven op welke wijze ze hun voorraad willen sturen. Strategisch voorraadbeleid vult zo het gat dat door het wegvallen van de overheidssturing bij de corporaties was ontstaan. In de eerste jaren na de verzelfstandiging van de corporaties is logischerwijs veel aandacht geweest voor het maken van beleid en strategie. Het procesmodel van Van den Broeke (1998) is daarvan tegelijkertijd neerslag en aanjager. Aan het begin van deze eeuw nam het strategisch voorraadbeleid een grote vlucht. Volgens verschillende onderzoeken was het strategisch voorraadbeleid op dat moment één van de belangrijkste beleidsthema’s van corporaties (Heeger en Nieboer 2003).
In de afgelopen jaren is de term vastgoedsturing geïntroduceerd (Eskinasi 2006). Met behulp van deze term wil Eskinasi de aandacht vestigen op integraliteit. Strategisch voorraadbeleid blijkt volgens het onderzoek van Eskinasi in de praktijk teveel los te staan van andere onderdelen van het overige bedrijfsbeleid. In aanvulling op eerdere ideeën van Gruis en Van Sprundel (2003) en Nieboer (2003) wordt door Eskinasi het strategiemodel van Kotler (1997) geadopteerd als uitgangspunt voor vastgoedsturing. Hierbij is meer dan bij eerdere vormen van strategisch voorraadbeleid aandacht voor de afstemming tussen de bedrijfsmissie en visie enerzijds en het voorraadbeleid anderzijds. Ook is de aansluiting tussen het voorraadbeleid en de bedrijfsprocessen nadrukkelijker geregeld. Verder wil vastgoedsturing toegankelijker en bewerkelijker zijn dan eerder vormen van strategisch voorraadbeleid. Door Van Os (2007) is in een praktijkboek over het beleidsproces bij woningcorporaties nog een verdere uitwerking gemaakt van de verankering van voorraadbeleid in de organisatie. Hierbij worden ook instrumenten geïntroduceerd die gericht zijn op de financiële aspecten van het voorraadbeleid.
De genoemde handboeken van Eskinasi (2006) en Van Os (2007) laten de meest actuele stand van zaken op het gebied van de beleidsontwikkeling zien. Zij raken ook meer dan eerdere modellen de implementatie van voorraadbeleid. Over de wijze waarop die implementatie daadwerkelijk plaatsvindt, en ook over de wijze waarop woningcorporaties ervaringen van de uitvoering terugkoppelen naar de beleidsontwikkeling is echter nog zeer weinig bekend. Uit eerder onderzoek is wel voorzichtig op te maken dat niet of nauwelijks expliciete relaties worden geformuleerd tussen de kenmerken van het bezit en de doelstellingen van de verhuurder aan de ene kant en gewenste activiteiten op complexniveau aan de andere kant. “Beslissingen over de ontwikkeling van de voorraad lijken meer tot stand te komen in onderhandelingen en/of op basis van meestal impliciete beleidsoverwegingen, die zich in hoofden van de personen bevinden” (Nieboer 2003:49).
Interessant is nu de wijze waarop actoren en factoren sturend zijn voor de uitvoering van beleid, en hoe deze actoren en factoren door woningcorporaties zodanig kunnen worden gehanteerd dat de corporatie is staat is om haar doelen te bereiken. Dat is de centrale vraag van het onderzoek. Om deze vraag te beantwoorden wordt het strategisch voorraadbeleid en de uitvoering daarvan in concrete maatregelen bij vier corporaties bestudeerd. Na het verzamelen van de data bij deze corporaties zal deze data worden geconfronteerd met theoretische uitgangspunten vanuit de Actor Netwerk Theorie en het due process model van Latour (2004, 2005). Deze theorievorming is afkomstig uit de sociologie, en is al in veel andere wetenschapsgebieden geïntroduceerd. Ook binnen de volkshuisvesting wordt ANT inmiddels toegepast (Gabriel en Jacobs 2008; Cowan en Carr 2008).
Elders in dit dossier worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Literatuur Cowan, David en Helen Carr (2008). Actor-network Theory, Implementation and the Private Landlord. In: Journal of Law and Society. Volume 35, issue s1, pp 149-166. Ekkers, Paul (2002). Van volkshuisvesting naar woonbeleid. Reeks Planologie, deel 4. Sdu Uitgevers, Den Haag. Eskinasi, Martijn (2006). Corporaties & vastgoedsturing. Nestas communicatie, Almere. Gabriels, Michelle en Keith Jabobs (2008). The Post-Social Turn: Challenges for Housing Research. In: Housing Studies. Vol. 23, No. 4, pp 527-540. Gruis, Vincent en Martine van Sprundel (2003). Strategisch voorraadbeleid Delftwonen. DUP Sattelite, Delft. Heeger, Henk en Nico Nieboer (2003). Van bouwtechniek naar woontechniek en woonmilieu. Trends en ontwikkelingen in het voorraadbeleid. In: Aedes-Magazine. Nr 13/14, pp. 56-59. Kotler, Ph. (1997). Marketing management. New Jersey, Prentice Halle International. Latour, Bruno (2004). Politics of Nature. How to bring the sciences into democracy? Harvard University Press. London. Latour, Bruno (2005). Reassembling the Social. An introduction to Actor-Network-Theory. Oxford University Press, Oxford. Maarse, J.A.M. (1998). De uitvoering van overheidsbeleid. In: Hoogerwerf, A. en M. Herweijer (eds.). Overheidsbeleid. Een inleiding in de beleidswetenschap. Samson, Alphen aan de Rijn. Nieboer, Nico m.m.v. A. Straub (2003). Strategisch beslissen over het woningbezit. Delft University Press, Delft. Noble, Charles H. (1999). Building the strategy implementation network. In: Business Horizons. Volume 42, nr. 6, pp. 19-28. Torenvlied, René (1996). Besluiten in uitvoering. Theorieën over beleidsuitvoering modelmatig getoetst op sociale vernieuwing in drie gemeenten. Thesis publishers, Amsterdam. Van den Broeke, Rob (1998). Strategisch voorraadbeleid van woningcorporaties: informatievoorziening en instrumenten. Delft University Press, Delft. Van Os, Peter (2007). Mensen, stenen, geld. Het beleidsproces bij woningcorporaties. RIGO, Amsterdam. |