Ritske Dankert
Ik ben onderzoeker/adviseur met brede blik, en woon in Nijmegen.
‘De implementatie? Dat is gewoon een kwestie van doen!’ Was het echt zo simpel, dan was dit artikel niet geschreven. Lange tijd is het implementeren van beleid gelijkgesteld aan het één op één uitvoeren van maatregelen waartoe nu eenmaal door de directie op een bepaald moment besloten was. Die definitie van implementatie, ik noem het ‘implementatie oude stijl’ heeft ons echter op het verkeerde been gezet. Implementatie oude stijl gaat bijna altijd mis, vooral als het ingewikkeld wordt. En er zijn meer fundamentele bezwaren: het is niet risicoloos om gister genomen besluiten uit te voeren zonder te letten op wat er vandaag in de wereld is veranderd. Daarom is er een implementatie ‘nieuwe stijl’ nodig. Een implementatieproces dat de uitvoerders op de werkvloer meer ruimte geeft om de goede dingen te doen, en waarin beleidsmakers meer feeling krijgen met de praktijk. In dit artikel – gebaseerd op mijn proefschrift ‘Balanceren tussen uitvoering en bewuste afwijking van beleid’ – ga ik in op de problemen van implementatie oude stijl, en formuleer ik drie opdrachten om te komen tot een nieuwe stijl van implementeren.
Bij demografische krimp kan het gaan om minder inwoners, minder huishoudens of beide. De oorzaak van minder huishoudens kan zowel in een sterfteoverschot (geboorte-sterfte) als in migratie (verhuizingen van en naar de gemeente) liggen. Hier zitten belangrijk verschillen tussen krimpgebieden. Ik introduceer ze hier.
In mijn promotieonderzoek heb ik gebruik gemaakt van interviews en documentenstudie om vier cases in kaart te brengen. Hier heb ik bovendien de Actor-Netwerk Theorie als inspiratiebron gebruikt. In het proefschrift heb ik de onderzoeksmethode bewust vrij gedetailleerd beschreven. In het stuk hieronder doorloop ik alle stappen die komen kijken bij het kwalitatieve onderzoek dat ik heb gedaan. Een bron van informatie voor iedereen die overweegt casestudies te doen en/of met Actor-Netwerk Theorie te werken.
Van 2006 tot 2011 deed ik bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft onderzoek naar de implementatie van strategisch voorraadbeleid. Op vrijdag 10 juni ben ik op dit onderzoek aan de TU Delft gepromoveerd.
In de LinkedIn groep Corporatie en Beleid wordt gesproken over het verdienmodel van de corporatiesector. Hieronder mijn bijdrage over dit onderwerp.
De noodzaak van waardevermeerdering van het vastgoed is altijd al een tikkende tijdbom onder het huidige verdienmodel van corporaties geweest. Nu de waarde van woningen in de laatste jaren maar licht groeit of vaak zelfs afneemt, lijkt het hoog tijd om deze tijdbom onschadelijk te maken, of in ieder geval gecontroleerd verder te laten tikken. Er zijn verschillende mogelijkheden, maar die doen allen pijn.
Wie denkt aan een mooie innovatie in de publieke sector kan veel kanten op. Een heel nieuw type bus bijvoorbeeld waarmee Connexxion in Friesland de concessie voor het streekvervoer won. Door samen met busbouwer Berkhof kleinere, lichtere, en dus goedkopere bussen te ontwikkelen, slaagde Connexxion er in om ook veel kleine kernen van openbaar vervoer te voorzien. Ook denk ik meteen aan het nieuwe zorgstelsel waardoor zorgverzekeraars zich ineens veel meer zijn gaan bezighouden met het bevorderen van zorginnovaties. Nog iets heel anders is prestatiegericht onderhoud, een nieuwe manier van samenwerking tussen woningcorporaties en aannemers bij het onderhoud van woningen. Ik denk verder aan innovaties waarop veel kritiek is: de OV-chipkaart en het rekeningrijden. Maar ook komt in me op: wat is eigenlijk een innovatie?